In deze rubriek halen we herinneringen op aan Nintendogames die je vroeger wél mocht spelen van je moeder (of niet). In de derde aflevering een review van Wario Ware Inc. voor de Gameboy Advance! 

Ik spring van een schans af op ski’s, balanceer vervolgens op een stapel stenen terwijl ik op een eenwieler zit en moet daarna drie keer achter elkaar touwtje springen. Ondertussen schreeuwt een gast met blauw afrohaar genaamd Jimmy random dingen in mijn oor als ‘oh yeaaaah’ bij elk succesnummertje. Jimmy moedigt me fanatiek aan, maar het mag niet baten; als ik zo hoog mogelijk moet springen op een trampoline ga ik keihard op mijn bek en is het game over. 

Dit is Wario Ware Inc. ten voeten uit. De game bestaat uit razendsnel achtereenvolgende ‘microgames’ (Ze duren maar drie seconden, zo kort dat de term ‘minigames’ al te veel eer zou zijn), die steeds sneller gaan en steeds moeilijker worden. Je wordt bijgestaan door een soort van coach, zoals Jimmy uit de vorige alinea. De game kwam in 2003 uit voor de Gameboy Advance en man, wat moet er toen bij veel kinderen beginnende epilepsie zijn geconstateerd. De game is enorm chaotisch, de kleuren flitsen je tegemoet en de hyperactieve, steeds gekker wordende microgames zijn een aanslag op je zintuigen.  

Snottebellen opsnuiven

Maar, ik moet toegeven, die chaos is heerlijk. De afwisseling is geweldig; het ene moment moet je een stuk toast dat uit de broodrooster springt vangen, het andere moment moet je als een soort mislukte Spongebob een stampende voet ontwijken. Of een enorme snottebel opsnuiven met je neus en verkeer ontwijken op je motor. En het gaat snel, erg snel. Wario Ware Inc. is als een drugstrip voor je hersenen; de adrenaline giert door je lijf terwijl je de ene na de andere volledig gestoorde microgame voor je kiezen krijgt. Het is ouderwets genieten van een vreemd soort originaliteit waar alleen Nintendo mee op de proppen kan komen.  

Bekende kost

Het probleem met Wario Waregames, waar er in de loop der jaren meerdere van zijn uitgekomen, is dat je na verloop van tijd de microgames wel kent. Je wordt steeds beter in het mikken van oogdruppels in een oog, het met een paraplu drooghouden van een kat in de regen of het ontwijken van sneeuwballen op een skipiste. Veel van de microgames werden in latere games ook hergebruikt, wat voor mij persoonlijk altijd nogal teleurstellend was. Hoe debiel en vermakelijk de microgames ook zijn, na talloze keren een aanstormende aardappel op wielen ontweken te hebben, ken je het wel.  

Vinger in de neus

Toch is het weerzien met deze game, die ik in 2003 al heel graag speelde, een zeer prettige. Ik steek met veel plezier een vinger in een neus, blus een brandje in een flatgebouw en leidt een papieren vliegtuigje door een doolhof. Bij de eindbaas van het rondje gaat het echter mis. Ik moet met een hamer een spijker in een plank slaan, maar sla in plaats daarvan keihard op de vinger van degene die de spijker op zijn plaats houdt. Ik word vervolgens volledig terecht uitgescholden voor ‘bonehead’, en het is game over.  

Deze game is volledig debiel, maar het is van een geweldige soort debiliteit die eigenlijk iedereen weleens meegemaakt moet hebben. Wie wil er nou niet met een slak op zoek naar een slablaadje, vliegensvlug wortels plukken uit een moestuin of zo snel mogelijk een appel met klokhuis en al opeten door te button bashen? Nee, deze game is voor iedereen, jong en oud, groot of klein, en iedereen die iets anders beweert is een saaie, droge kantoorklerk die niet van plezier houdt. 

 

 

Write A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.