In deze rubriek halen we herinneringen op aan Nintendogames die je vroeger wél mocht spelen van je moeder (of niet). In de vierde aflevering een review van Super Smash Bros. voor de Nintendo 64!

Mario mept Pikachu van het platform, die in de diepte stort met een dramatisch ‘Pika pikaaaa’ als laatste woorden. Ondertussen is Fox McCloud in duel met Captain Falcon; de snelle, flitsende aanvallen met overdreven geluidseffecten (een simpele vuistslag klinkt als een enorme dreun) zijn een spektakel om te zien. Mario mengt zich erin, maar dat is onverstandig: een welgemikte Falcon Punch maakt een einde aan zijn ambities, waarna de dikke loodgieter met een klagend ‘Mama Mia!’ uit beeld verdwijnt.

Tegenwoordig is zo’n gevecht tussen Nintendo-personages misschien de normaalste zaak van de wereld, maar toen ik als tienjarige de eerste Super Smash Bros. op de Nintendo 64 speelde spatte mijn hoofd bijna uit elkaar van opwinding. Want damn, wat was het vet en damn, wat vond ik mezelf goed. Die droom spatte pas uit elkaar toen ik met de latere delen online ging spelen en mijn aars gewhooped kreeg, maar dat terzijde.

F-Zero? Nooit van gehoord

Van de meeste personages had ik toen nog nooit gehoord (wie de fuck is die Captain Falcon toch?), maar wat boeide het. Super Smash Bros. was spektakel van de bovenste plank, de game waarvoor je een Nintendo 64 kocht. Iedereen wilde de game bij mij thuis spelen. Gezellig, dacht ik toen nog. Maar nu spreek ik die mensen nooit meer, dus misschien was Super Smash Bros. wel de enige reden waarom ze überhaupt langskwamen.

Het eerste deel van de serie is nogal afwijkend van de rest. Waar de overige games met bombastische muziek en een breed scala aan vechters en levels je probeert te overdonderen, was de eerste op de Nintendo 64 juist best bescheiden en een beetje mysterieus. De achtergrondmuziek in het hoofdmenu alleen al; een rustig maar toch nerveus deuntje, dat je deed afvragen wat er onder de oppervlakte broeit. Verder is ook het aantal vechters en levels bescheiden, maar dat kan ook met de beperkingen van de hardware te maken hebben.

En het geluid. Wauw, het geluid. Zoals eerder vermeld zijn de geluiden als je iemand een mep geeft volledig over de top. Een keiharde ‘POW!’ bij een vuistslag van Mario bijvoorbeeld, of een flinke ‘KLATS!’ bij een rake Falcon Punch. Het geluid is bij latere delen nooit zo overdreven meer geweest en eigenlijk is dat jammer. Het past bij de gameplay, die ook over de top is; in geen enkele andere game kun je met Luigi Jigglypuff helemaal kapot slaan.

Pijnlijk

Maar het eerste deel in de serie doet me er vooral aan denken hoe gelikt, uitgebreid en simpelweg fantastisch de latere delen zijn. Want het kleine aanbod aan vechters en stages, het gebrek aan unlockables en de karige hoeveelheid items springen twintig jaar na dato pijnlijk in het oog. Want naast de gameplay is de kracht van Super Smash Bros. de herkenbaarheid: de verzameling van alle Nintendo-series in één game, die bij de speler gevoelens van nostalgie veroorzaakt. In de latere games zit simpelweg méér, en daardoor is dat effect groter.

Het weerzien met de eerste Super Smash Bros. is vooral een herinnering aan vervlogen tijden, aan middagen met z’n allen op de bank elkaar aan gort meppen met kleurige personages. Die herinneringen moet je koesteren, maar de game zelf blijft twintig jaar later niet helemaal overeind. De game is nog steeds leuk om te spelen, maar wel ingehaald door de tijd. Maar wat boeit het eigenlijk; die herinnering dat je die kut-Pikachu van je schoolvriendje keihard ownde met Fox, die neemt niemand je ooit meer af.

Write A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.