In deze rubriek halen we herinneringen op aan Nintendogames die je vroeger wél mocht spelen van je moeder (of niet). In de tweede aflevering een review van Super Mario Kart voor de SNES!

Het is de laatste ronde, de finish komt in zicht. Ik wrik Mario moeizaam door de bochten op een wankele houten boardwalk in een race door een spookhuis. De afgronden naast de baan zijn diep en de spoken vliegen me ondertussen om de oren. Het sturen gaat me verdomd moeilijk af; het is alsof er lijm op mijn controller is gesmeerd. Uiteindelijk ramt Bowser me vlak voor de finish de boardwalk af, de diepte in. Frustratie maakt zich van me meester. Was dit nou die game die vroeger zo leuk was?

Italiaanse reet

Mario heeft in zijn carrière getennist, gevoetbald en gegolfd, maar het succes was nooit zo groot als toen Nintendo hem met z’n Italiaanse reet in een kart zette. Dat gebeurde voor het eerst in Super Mario Kart, die in 1993 in Europa voor de SNES uitkwam. Een mijlpaal; het was het begin van de veel bejubelde Mario Kart-serie, waarvan er inmiddels acht (of negen als je de Deluxe-versie van deel acht op de Switch meetelt) van zijn uitgekomen.

De eerste game was overigens niet voor iedereen een daverend succes. Björn van gamemagazine Power Unlimited gaf Super Mario Kart destijds een magere 6,5 omdat het spel “behoorlijk moeilijk” was. “Wanneer je iets te snel gaat vlieg je uit de bocht en het sturen gaat zo abrupt dat je meteen slipt en de controle over je kartwagentje verliest” schrijft Björn in 1993. En iedereen sprak er schande van, inclusief ikzelf. Want Super Mario Kart, dat is de heilige graal, die verdient toch zeker meer dan een 6,5?

Maar zoals je in de eerste alinea al kunt lezen maakte Björn eigenlijk wel een goed punt. Want als ik na het opstarten van mijn eerste race even mijn roze nostalgie-bril afzet, blijkt de besturing van Super Mario Kart, tja, nogal kut. Zeker als je gewend bent soepel door de bochten te zwieren in Mario Kart 8, dan is dit wel even slikken. Want het slippen door de bochten, dat altijd zo lekker werkt in nieuwere versies, resulteert voor mij vrijwel altijd in een enkeltje berm of afgrond. De items werken ook niet mee; mijn rode schilden eindigen steevast in stukjes tegen een muur, en ik glij steeds uit over mijn eigen bananenschillen.

Een groen schild in je smoel

Maar fok dat alles, want er is één game mode die al het bovenstaande weer helemaal goed maakt: de battle mode. Dat was ook eigenlijk de enige modus die ik vroeger speelde, vaak op zondagochtend bij mijn neefjes thuis, want ook toen al vonden we het racen maar kut. Die battle mode is ook eigenlijk de enige reden waarom deze game nog steeds leuk is om te spelen, en wel omdat hij beter is dan alle battle modes van alle andere Mario Karts bij elkaar. Je strijdt één tegen één op een van de vier arena’s in een strijd van leven op dood. Geen andere spelers en geen gekke items als afleidingen, maar gewoon jij en de ander. Vechtend met schilden, bananenschillen en sterren tot de digitale dood erop volgt; niets zo lekker als iemand z’n laatste levensballonnetje wegknallen met een welgemikt groen schild. Daar kan geen FIFA, Call of Duty of Fortnite aan tippen.

Die battle mode staat dus als een huis, maar verder word ik eigenlijk een beetje verdrietig van het weerzien met Super Mario Kart. Nog afgezien van de matige besturing zijn er nog wel wat puntjes van kritiek. Zoals het muntjessysteem, waarbij je als je nul muntjes hebt, altijd onderuit gaat als je een andere racer raakt. Wat best vaak gebeurt, met alle frustraties van dien. Dat, in combinatie met de nogal repetitieve muziek en relatief saaie circuits, maakt deze allereerste Mario Kart vooral voer voor de echte puristen. En anders alleen spelen voor de battle mode of als je tijdens races graag de helft van de tijd in de berm belandt.

Write A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.