Dikke kans dat wanneer je tussen de twintig en vijfentwintig jaar oud bent de game Runescape hebt gespeeld. Indien dat het geval is, moeten woorden als ‘Rune Scimitar’, de ‘wildy’ en ‘Varrock’ ongetwijfeld een belletje bij je doen rinkelen. Waarom ik het in godsnaam heb over deze MMORPG van bijna vijftien jaar oud? Vrij simpel. Ik speel het weer. 

Passé

Wanneer je me dit een jaar geleden had verteld, had ik je zeer waarschijnlijk voor gek verklaard. Alles aan de game was antiek. De besturing was clunky, het zag er niet uit en er waren over het algemeen zoveel andere games te spelen. Bovendien herinnerde ik me nog goed hoe verschrikkelijk lang het duurde om je stats omhoog te krijgen. Ik kon me niet voorstellen hoe ik het vroeger ooit leuk heb gevonden om minutenlang te kijken naar hoe mijn pixelachtige mannetje bomen aan het omhakken was. Nee, Runescape was een passé iets. Een herinnering uit een lang geleden jeugd.

Ongeveer een jaar geleden veranderde deze instelling. Toevallig kwam ik erachter dat twee vrienden van mij de game nog steeds speelden. Ze vertelden mij dat er weer een hele community actief was met ‘Oldschool Runescape’ (OSRS). Klaarblijkelijk had Jagex, de developer, na heel veel verzoek de oude versie van Runescape weer nieuw leven ingeblazen. Ik liet me verleiden om het even te proberen en werd overvallen door een vlaag van nostalgie. De muziek en personages waren precies hetzelfde als tien jaar geleden. Wat me opviel was hoe ongelooflijk veel mensen de game speelden. Iets wat ik niet echt volkomen begreep. Datgene wat ik kut aan de game vond, zat er namelijk nog steeds in. Voordat ik het wist, was ik weer ellenlang bezig met het mijnen van iron en het decimeren van koeien. Al snel was ik er klaar mee en gooide ik de spreekwoordelijke handdoek in de ring.

Deadman Mode

Twee maanden later waagde ik nog een poging. Ditmaal was ik getriggered door een nieuwe speelmode: De Deadman Mode Seasonal. Een spelmode waar je door elke speler overal aangevallen kan worden, met de uitzondering van enkele safe-zones. Wanneer je dood gaat, verlies je een gedeelte van je XP en de tien meest waardevolle stacks van je bank. Ook gaat de XP vijf keer zo snel als in de reguliere OSRS. Binnen een maand was ik volkomen hooked. Zelden heb ik een game gespeeld die zo verslavend en spannend is. Overal loert het gevaar en moet er alert gespeeld worden. De frustratie na dood te zijn gegaan en je spullen en XP te hebben verloren, is verschrikkelijk. Iemand in een nagelbijtend gevecht verslaan en met zijn loot aan de haal gaan, is fantastisch. De spelmode roept een haat-liefde gevoel op, zoals een goede game hoort te doen. Het is lang geleden dat ik me met zoveel overgave op een game heb gestort. Op het moment heb ik me zelfs weten te kwalificeren voor de aankomende The Deadman Invitational: een vijfdaags toernooi waarin de tweeduizend beste spelers van het seizoen tegen elkaar strijden voor tienduizend dollar.

Het toernooi begint pas 20 maart, maar ik kan bijna niet afwachten. In de tussentijd ben ik dan toch maar begonnen aan een ‘normaal’ OSRS account. Ik werk aan een PK-build (Player Killing): Een character dat volledig gecreëerd is voor het vechten tegen andere spelers. Goed, ik heb alweer veel te lang hierover geschreven. Ik moet mijn combat stats weer grinden.

Write A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.